Het Achtjesmoeras

Stan en Jos zijn de schrijvers van het Achtjesmoeras. Het idee voor deze column is ontstaan tijdens de VJC van vorig jaar.

Hoofdstuk 1: De Dubbelfout

Er zijn in het tennis weinig momenten pijnlijker dan een dubbelfout. Niet de mislukte dropshot, niet de smash in het net, zelfs niet het klungelige lobje dat wordt afgestraft met een meedogenloze winner. Nee. De dubbelfout is het dieptepunt. De schande. Het absolute zelfverraad.
 

En in het Achtjesmoeras komt hij vaker voor dan regen op een woensdagavond. 

Het begint al bij de eerste service. Je staat achter de baseline, bal in de hand, racket klaar. In je hoofd hoor je een innerlijke stem die zegt: “Rustig aan, eerst gewoon in het vak.” Maar tegelijkertijd wil je indruk maken, een beetje snelheid, een beetje slice. Dus je zwiept die bal omhoog en slaat — te lang. “Geen probleem,” zeg je nonchalant, terwijl je partner zijn best doet om zijn wanhoop te maskeren.
 

De tweede service. Nu wordt het serieus. Je gaat voor veiligheid. Een hoge, trage, loze klap. Maar je pols twijfelt op het laatste moment. Hij slaat dicht, of juist open, en boem, bal in het net. 

Dubbelfout.
 

Dubbelfouten tellen dubbel in het moeras. Want ze geven niet alleen punten weg, ze ondermijnen je hele status. Elke fout is een druppel in de emmer van je zelfvertrouwen. En die emmer loopt bij speelsterkte 8 vaak over — maar helaas niet in positieve zin.
 

Bovendien, wie dubbelfout zegt, zegt mentale blokkade. Bij achtjes is de service geen wapen maar een mijnenveld. Het is geen opening, maar een risico. En zonder een betrouwbare service kom je simpelweg nooit uit het moeras. 

Hoofdstuk 2: 

volgt